Je werkt met goede signalering, verlichting en soms afzettingen. Je houdt rekening met verkeer, omstanders en obstakels. Vaak volg je een route en werk je volgens veiligheidsprocedures, bijvoorbeeld met een collega of verkeersmaatregelen. Rustig rijden en op tijd stoppen is belangrijk. Je controleert ook regelmatig of het werktuig goed werkt en veilig blijft draaien.